Elk jaar trekken duizenden bedevaarders door Ronse en bij de buren over de taalgrens tijdens de Fiertel. De tocht van 32,6 kilometer is veel meer dan alleen folklore. Achter de eeuwenoude ommegang schuilt een opmerkelijk verhaal over relieken, geestesziekten, middeleeuwse geneeskunde en een stad die haar patroonheilige letterlijk mee op pad neemt. De geknipte man voor die geschiedkundige uitleg? Wim Cambier (67), neef van wijlen ere-stadsconservator Albert Cambier, van wie hij het Hermesverhaal van jongs af aan ingelepeld kreeg.
Wie vandaag over de Fiertel spreekt, heeft het eigenlijk over de ‘Fiertelommegang’. Het woord ‘Fiertel’ zelf verwijst namelijk naar het reliekschrijn van Sint-Hermes dat tijdens de tocht wordt meegedragen. De naam komt van het Latijnse ‘feretrum’, wat ‘draagbaar reliekschrijn’ betekent.
De traditie gaat terug tot 1089 en ontstond vanuit een opvallend probleem. Ronse was in de middeleeuwen uitgegroeid tot een belangrijk bedevaartsoord dankzij Sint-Hermes, die werd aangeroepen tegen geestesziekten en aandoeningen “van het hoofd”. Pelgrims kwamen van heinde en verre naar de stad om genezing te zoeken. Alleen: de inwoners van Ronse zelf konden moeilijk op bedevaart naar hun eigen patroonheilige.
“Daarom heeft men een oplossing bedacht”, zegt Wim Cambier penningmeester van het Stedelijk Fiertelcomité. “Niet de gelovigen trokken naar de heilige, maar de Ronsenaars maakten zelf een tocht met hun relieken.”
Sindsdien wordt het reliekschrijn, een rijk versierde kist met lichaamsresten van een heilige, in dit geval Sint-Hermes, één keer per jaar rond de historische stadsgrenzen gedragen. De tocht over de heuvels van de Vlaamse Ardennen duurde een volledige dag, was fysiek zwaar en gold als een volwaardige bedevaart voor de Ronsenaar.
Volgens de christelijke overlevering leefde Hermes in de 1ste of 2de eeuw in Rome. Hij zou een hoge Romeinse ambtenaar of prefect zijn geweest die zich tot het christendom bekeerde. Dat kwam hem duur te staan: Hermes werd uiteindelijk onthoofd omwille van zijn geloof en later vereerd als martelaar.
Sint-Hermes werd begraven in Rome, langs de Via Salaria Vetus, een oude Romeinse weg ten noorden van de stad, waar zijn grafsteen zich nog steeds bevindt in de catacomben van Basilla, een vroegchristelijke ondergrondse begraafplaats. Boven dat graf werd later zelfs een basiliek gebouwd ter ere van Hermes.
Vanuit Rome verspreidden zijn relieken zich in de middeleeuwen verder over Europa, onder meer naar de abdij van Inde bij Aken en uiteindelijk, in 860, een eerste keer naar Ronse. Sint-Hermes was toen nog een gewone heilige, die men aanriep voor een goede oogst.
“In de middeleeuwen richtten mensen zich voor medische hulp vaak tot heiligen”, legt Cambier uit. “Het Sint-Pieters- en Hermeskapittel is erin geslaagd, bij de terugkeer van de relieken in 940 van Sint-Hermes een genezer te maken van ziekten in het hoofd: van hoofdpijn en epilepsie tot zware geestelijke aandoeningen.”
Ronse is hierdoor uitgegroeid tot één van de weinige plaatsen in Europa waar mensen met psychische problemen terechtkonden, naast onder meer Geel in de Kempen.
De rituelen waren ingrijpend. Pelgrims verbleven na hun bedevaart soms negen dagen in de stad en ondergingen rituelen in de crypte van de Sint-Hermeskerk. Daarbij maakten ze een rondgang rond het reliekschrijn en werden ze gewassen met “het water van Sint-Hermes”. “Je ziet vandaag nog altijd de aparte badkamers voor mannen en vrouwen in de crypte”, zegt Cambier. “Men geloofde dat het water genezende krachten had.”
Vanaf de zeventiende eeuw werden pelgrims ook opgenomen in het zogenaamde ‘Zottenboek’, een register van mensen die in Ronse behandeling zochten voor geestelijke problemen. Hierdoor kregen ze ook een juridisch statuut.
De Fiertel had niet alleen een religieuze betekenis. Door met de relieken langs de stadsgrenzen te trekken, bevestigde men ook symbolisch het grondgebied van Ronse. Tegelijk vormde de ommegang volgens de middeleeuwse overtuiging een beschermende kring rond de stad.
Vandaag is de religieuze betekenis voor sommigen minder belangrijk geworden, maar de aantrekkingskracht van de Fiertel blijft groot. Jaarlijks stappen duizenden deelnemers mee voor de traditie, de verbondenheid, de sportieve uitdaging of gewoon de sfeer. “Na bijna duizend jaar zit de Fiertel in het DNA van Ronse”, zegt Cambier.
“Iedereen mag vandaag zijn eigen betekenis geven aan die tocht, maar vanuit haar oorsprong blijft het toch een religieuze beleving. De Fiertelommegang is dan ook een unieke symbiose van antieke geschiedenis, middeleeuwse vroomheid, politieke berekening en moderne folklore.”
“De Fiertel neemt de bedevaarder mee door enkele van de mooiste plekjes van onze Vlaamse Ardennen, met een permanent zicht op het prachtigste dal ter wereld: het mystieke Ronse!”
Interview van Kobe Audenaert (regiojournalist bij HLN) met Wim Cambier.
25 mei 2026